De strafschop in het voetbal is vaak onderdeel van discussie. De stelling die je vaak hoort is: een strafschop is niet te trainen. Het argument daarbij is dat je de spanning in een vol stadion niet kunt imiteren. De denkfout in deze stelling is dat je juist de omstandigheden niet hoeft te trainen. Dat heeft geen zin. Je moet juist trainen op de vastheid van de traptechniek. Als je die onder de knie hebt, kun je daar altijd op terugvallen onder alle omstandigheden. Focussen op de techniek, heet dat in het voetbaljargon.
Wat moet je als nemer en als keeper wel en niet doen?
De stelregel is dat je als keeper kansloos bent bij een perfect genomen strafschop. Dat klopt. Het enige wat je als keeper moet doen, is de nemer te dwingen om een perfecte strafschop te produceren. De keeper moet altijd reageren op de bal. Als de nemer de strafschop niet perfect neemt, heb je een goede kans om de bal te stoppen. Dus nooit een hoek kiezen of gokken op een bepaalde hoek. Doe je dat wel dan maak je het de nemer gemakkelijk om te scoren.
De nemer moet niet wachten tot de keeper een hoek kiest. Want wat doe je als de keeper gewoon wacht op de bal? Rare aanloopjes en vreemde dribbers in de aanloop naar de bal zijn funest. Ze hoeven de keeper niet van zijn stuk te brengen, maar zorgen vaak voor onzekerheid bij de nemer. De nemer moet vantevoren weten in welke hoek hij de bal schiet. Hij moet zich focussen op de traptechniek en de bal richten op de binnenkant van het zijnet.
De Panenka (de bal stiften door het midden van het doel) is vragen om moeilijkheden. Als de keeper reageert op de bal, kan hij het speeltuig simpel vangen en zet hij de nemer voor schut. Dat zagen we onlangs nog in de finale van de Afrika Cup.
Conclusie: de strafschop is wel degelijk trainbaar. Probeer niet de omstadigheden in het stadion na te bootsen maar train eindeloos op de traptechniek. .